De brief uit Surhuizum die nooit aankwam (1779)

1 Inleiding

Sinds kort is op de website Brieven als Buit een grote verzameling oude brieven in te zien. Die brieven zijn afkomstig van Nederlandse schepen die in de 17e en 18e eeuw door de Engelsen zijn gekaapt. Enkele jaren geleden zijn de brieven ontdekt in de Britse National Archives. Slechts een klein deel is nu op de genoemde website te doorzoeken.

Ik was benieuwd of er ook brieven uit Friesland tussen zaten. Dat is op twee manieren te bekijken. De eerste manier is via de filters rechtsboven op de webpagina. Maar dat veronderstelt dat de plaatsen van de afzender en geadresseerde juist zijn herkend en ingedeeld. De tweede manier is zoeken via woorden in de tekst, linksboven op de webpagina. Langs deze weg vond ik een brief die ik meteen herkende als afkomstig uit Friesland. Op 1 november 1779 schreef de weduwe Alida Schouten een brief aan haar neef Fredrik Bernard Giffenig. Volgens de website is de achternaam Gifferig, maar ik vind het toch meer op Giffenig lijken. Ook stelt de website dat deze brief afkomstig is uit Duitsland. Het is eenvoudig aan te tonen dat dat niet klopt. Over de bestemming tast de website in het duister. Met de nodige moeite heb ik de woonplaats van de geadresseerde gevonden. Maar toen ik die eenmaal had, kwam ik geleidelijk aan steeds meer informatie over hem op het spoor. Verder heb ik over alle personen die in de brief worden genoemd wel iets gevonden.

Geadresseerde van de brief uit 1779
brief1779_01

Afzender van de brief uit 1779
brief1779_02.png

Dit artikel gaat vooral over de feitelijke informatie uit de brief. In het kort is de inhoud als volgt. Alida Schouten beschrijft haar situatie na het overlijden van haar man. Ze heeft het moeilijk en woont ver van haar familie. Haar neef verwijt ze dat die lang niets meer van zich heeft laten horen. Maar ze weet ook niet precies wat zijn situatie is, omdat de brieven die haar moeder had verloren zijn gegaan. Ondanks haar verwijten, biedt ze – namens haar moeder? – aan om haar gewichtige familierelaties aan te wenden om hem vooruit te helpen. Ze vraagt om meer informatie over zijn gezin.

2 Alida Schouten

De schrijfster van de brief, Alida Schouten, noteert haar adres als “Surhuisen in Vriesland”. Ik moest daarbij meteen denken aan Surhuizum in Achtkarspelen. De bewerkers van de brief hebben hier echter Suurhusen in Duitsland van gemaakt. Dat is een dorp in Oost-Friesland. Maar de brief zelf bevat een aanwijzing die dat minder waarschijnlijk maakt. Als haar neef een brief terugschrijft moet die worden afgegeven “ten Huise van Monsiu Jacop Romein Garentwinder inde Corfmakerstraat te Leuwarden”.

Het blijkt dan ook dat Alida Schouten afkomstig is uit Leeuwarden. Daar werd ze op 12 februari 1723 gedoopt als Aleida. Als ze de brief schrijft, is ze dus 56 jaar oud. Haar vader is Albartus Schouten, maar haar moeder wordt in het doopboek niet genoemd. Wie dat was, bleek al snel uit het trouwboek van de hervormde gemeente van Leeuwarden. Op 29 september 1720 werd een attestatie afgegeven voor Albartus Schouten van Leeuwarden en Gesina Giffeningh van Bremen. Het huwelijk vond plaats op 15 oktober 1720 in de St. Stephani te Bremen. De bruidegom wordt dan vermeld als Albertus Schouten, koopman van Leeuwarden en de bruid als Gees de Giffenig, dochter van wijlen Otto Giffenig. Haar achternaam wordt in de bronnen op verschillende manieren geschreven. Alida Schouten noemt haar moeder ook in haar brief. Die woont namelijk bij haar in huis en is bijna 87 jaar oud. Ze wordt tante van de afzender genoemd. Dat wijst erop dat Fredrik Bernard een zoon van een broer van Gesina Giffening was. Verderop meer over hem. [1]

St. Stephani Bremen, pentekening door Johann Daniel Heinbach (1734)
brief1779_03

3 Leeuwarden-Surhuizum

Hoe Alida Schouten en haar moeder vanuit Leeuwarden in Surhuizum terecht zijn gekomen, is goed te volgen in de lidmatenboeken van de Nederlands-hervormde kerk. In haar brief schrijft Alida dat ze het jaar daarvoor weduwe is geworden en getrouwd is geweest met luitenant-generaal Rudolphus Winder. Als ze in 1763 in Leeuwarden trouwen, is hij nog kapitein. Zijn militaire loopbaan is tussen 1760 en 1778 eenvoudig te volgen via de officiersboekjes, dankzij de website Nederlands Militair Erfgoed. Kapitein Winder is eerst in dienst van Noord-Holland en later van Zeeland. Hij is gelegerd in Leeuwarden, Deventer, Sluis, Bergen op Zoom, Arnhem, Leeuwarden, Hulst, Coevorden en Groningen. In 1776 wordt hij voor het eerst vermeld als luitenant-generaal. Uit de lidmatenboeken blijkt dat Alida niet steeds met haar man van de ene naar de andere garnizoensplaats verhuist. In 1765 vertrekt ze naar Deventer, om een jaar later weer terug te keren naar Leeuwarden. Later woont ze toch weer in Deventer. In 1771 komt ze namelijk met haar man vanuit Deventer in Dokkum. Het jaar daarop woont ze weer in Leeuwarden. Van daar vertrekt ze in 1774 naar Surhuizum.

Haar brief geeft een aanwijzing waar ze precies woonde. Ze schrijft namelijk dat ze alleen met haar moeder op een “Buite Goed” zit. Er is mij maar één buitenplaats in Surhuizum bekend en dat is Woudlust. Dat buiten is op de oudste kadasterkaart van Surhuizum duidelijk te zien tegenover de hervormde kerk. Ook wordt Woudlust uitgebreid beschreven door G. van der Veer in zijn boek over de familie Haersma. Als bewoner wordt vanaf 1774 kapitein R. Winder genoemd. Volgens de brief van zijn vrouw, overleed hij op 26 mei 1778. Op 4 juni noteert de armvoogdij van Surhuizum in het rekeningboek twee posten die met zijn begrafenis te maken hebben. Zijn weduwe betaalt 5 guldens en 5 stuivers voor de huur van het zwarte laken. De collecte na de begrafenis levert 4 guldens en 6 stuivers op. Hier leid ik uit af dat Rudolphus Winder in Surhuizum begraven is.

Woudlust op minuutplan Surhuizum Sectie A volgnr. 1 (De Mieden) (1823/1824)
brief1779_04

Alida Schouten blijft nog verscheidene jaren in Surhuizum wonen. In 1784 vestigt ze zich volgens het lidmatenboek weer in Leeuwarden. Daar overlijdt ze op 27 juli 1792. Ze woont dan bij het raadhuis. Op 1 augustus 1792 wordt ze in Leeuwarden begraven. In haar brief schrijft ze wel over andere familieleden, maar niet over kinderen. Daarom vermoed ik dat ze die niet had toen ze overleed.

4 Moeder Gesina Giffening

De vader van Alida, Albartus Schouten was koopman en garentwijnder van beroep en overleed in 1731 in Leeuwarden. Zijn weduwe, Gesina Giffening, hertrouwde in 1739 met de koopman Nicolaas Tresling. Die overleed in 1747. Gesina heeft de zaak van haar eerste man blijkbaar voortgezet. In 1749 wordt Gesina Geffenigs in de quotisatiekohieren van Leeuwarden vermeld als “koopvrouw in garijentwijnderij”. De Jacob Romein die hiervoor is genoemd, was waarschijnlijk knecht bij haar (of bij haar eerste man).

Twintig jaar later, in 1769, vertrekt Gesina van Leeuwarden naar Marrum in Ferwerderadeel. Alles wijst erop dat ze dan bij haar dochter Margaretha Schouten en haar man gaat wonen. Ze worden namelijk op dezelfde dag in Marrum ingeschreven als lidmaten en komen dan alle drie uit Leeuwarden. Mogelijk woonden ze daar ook al bij elkaar. Margaretha werd in 1727 in Leeuwarden geboren en trouwde in 1764 met kamerdienaar Anthonij Nicolaes Wattie uit Den Haag. Alida Schouten noemt haar zuster in haar brief niet met name, maar schrijft wel dat die nog in leven is en vijf uur bij haar vandaan woont. Hemelsbreed ligt Marrum 25 à 30 kilometer van Surhuizum.
In 1774 vertrekt moeder Gesina naar Surhuizum, om bij haar dochter Alida te gaan wonen. Als in 1779 de brief wordt geschreven is ze bijna 87 jaar oud. Ze is dus rond 1692 geboren, waarschijnlijk in Bremen [Aanvulling 4-5-2014: ze is op 18 april 1693 te Bremen gedoopt]. De brief meldt dat ze al een jaar bedlegerig is en als een kind verzorgd moet worden. Toch is ze volgens haar dochter “gesond van Harten”. Omdat ze zich zelf afgemat en zwak voelt, sluit ze niet uit dat haar moeder haar zal overleven. Wanneer en waar Gesina Giffening is overleden, heb ik niet gevonden.

5 Een volle nicht in Groningen

Alida Schouten schrijft dat een volle nicht van vaderszijde getrouwd is met raadsheer H. Berghuis uit Groningen. Hun dochter is getrouwd met secretaris Iddikeng, zoon van burgemeester Iddikeng. Zij verwijst naar een brief van Berghuis aan haar neef die blijkbaar als bijlage bij haar brief heeft gezeten. Daarin biedt Berghuis volgens haar aan om Fredrik Bernard Giffenig in de gunst van de heren aan te bevelen. Die moet hem dan wel met het eerstvolgende schip een brief terugsturen met een goede opgaaf van zijn persoon en positie. Waarschijnlijk zat vooral haar moeder achter deze actie.

De niet met name genoemde nicht was via de naam van haar man snel gevonden. Het gaat om Margaretha Schouten uit Heerenveen, die in 1753 in Groningen trouwde met Dr. Hendrik Berghuis. Als hij in 1781 in Groningen overlijdt, wordt hij inderdaad raadsheer genoemd. Hun dochter Engelina Berghuis was in 1777 in Groningen getrouwd met de jurist Dr. Pieter Govert van Iddekinge. Omdat hij veel publieke functies vervulde is er een Wikipedia-artikel over hem. Als Alida haar brief schrijft, is hij secretaris van de stad Groningen. Na de Franse tijd, vanaf 1815 tot zijn dood in 1821, is hij lid van de Tweede Kamer.

Margaretha Schouten werd in 1730 te Heerenveen gedoopt als dochter van Gerardus Jans Schouten en Meintske Klok. Gerardus was van 1724 tot 1733 secretaris van de grietenij Aengwirden. Hij woonde toen in Heerenveen, waar hij in 1698 was geboren. Zijn ouders waren Jan Jansen Schouten en Grietje Alberts. Die hadden ook een zoon Albartus, die al in 1688 in Heerenveen was geboren. Hij werd later de vader van de briefschrijfster, Alida Schouten. Vanaf 1734 woonde Gerardus Schouten met zijn gezin in Leeuwarden.

6 Neef Fredrik Bernard Giffening te Manner

Het echte puzzelwerk begon pas met het achterhalen van de woonplaats van de geadresseerde. De brief van Alida Schouten is gericht aan de heer “Fredrik Bernard Giffenig te Manner”. De plaatsnaam Manner zei me eerst niets. Ook de bewerkers van de brief wisten kennelijk niet waar ze deze plaats moesten zoeken. Na het volgen van enkele dode sporen, realiseerde ik me ineens dat ‘Manner’ in 1779 in de Republiek der Verenigde Nederlanden blijkbaar zo bekend was, dat alleen met een plaatsnaam als adressering kon worden volstaan. Eerder had ik via een zoekmachine verspreid over de aarde verschillende vermeldingen van de achternaam Giffening gevonden. Daar waren ook wat vage verwijzingen naar Sri Lanka (voorheen Ceylon) bij. Dat was een van de gebieden waar de Verenigde Oost-Indische Compagnie voorheen actief was. Daarom ging ik op Wikipedia op zoek naar handelsposten en vond toen het fort Mannar of Manaar! Dat lag op een eiland in het noordwesten van Ceylon, waar ook nu nog de plaatsnaam Mannar op de kaart te vinden is. Er bestaat nog een plattegrond van het fort. Ook zijn er nog resten van het fort aanwezig, die duidelijk te zien zijn op Google Maps. Tenslotte is Mannar met andere handelsposten te zien in de Atlas Van der Hagen uit circa 1690.

De plaats Mannar op Google Maps (2013)
brief1779_05.png

Fragment kaart van Ceylon uit Atlas Van der Hagen (vervaardigd na 1681)
brief1779_06
Bron: Geheugen van Nederland

Plattegrond van Fort Mannar uit 1726
brief1779_07
Bron: http://www.farelli.info

Fort Mannar op Google Earth (8.975842 NB, 79.916954 OL) (2013)brief1779_08

De volgende stap was, om te bewijzen dat Fredrik Bernard Giffenig ook werkelijk in Mannar op Ceylon heeft gewoond. Een duidelijk bewijs vond ik in twee notariële akten uit 1780, opgemaakt in Utrecht, waarin luitenant Jan Carel Werkmeester vanaf Ceylon een machtiging afgeeft om tegoeden bij de VOC te innen. Die machtiging vond plaats voor Frederik Bernhard Giffenig op het VOC-kantoor te Manaar.

Fragment uit notariële akte 6-9-1780, nr. 116
brief1779_09
“Item als gemagtigde van den lieutenant militair Jan Carel Werkmeester, conform procuratie den 7 september 1778 voor Frederik Bernard Giffenig geauthoriseerde ten comptoire te Manaar en getuigen verleden.” (Bron: Het Utrechts Archief)

Fragment uit notariële akte 29-6-1780, nr. 101
brief1779_10
“Jan Carel Werkmeester bij procuratie den 7 september 1779 voor Frederik Bernhard Giffenig geauthoriseerde ten comptoire te Manaar en getuigen” (Bron: Het Utrechts Archief)

Er zit precies een jaar tussen beide machtigingen. Het lijkt alsof de eerste machtiging er erg lang over gedaan heeft om Utrecht te bereiken. Maar misschien was er een andere reden dat er zoveel tijd tussen zat. Beide akten bevatten overigens veel meer soortgelijke machtigingen, afkomstig van verschillende plaatsen op Ceylon.

De formuleringen wijzen erop dat Giffenig hier als een soort notaris optrad. Hij was echter geen notaris, maar boekhouder. Dat blijkt uit Engelstalige samenvattingen van de kerkeraadsverslagen van de Nederlands-hervormde gemeente in Colombo. Hij was daar diaken gedurende twee perioden (1767-1769 en 1775-1778). Volgens de verslagen was hij geregeld afwezig vanwege officiële verplichtingen. De gemeente had twee kerken, de ene in het fort, de andere in Wolvendaal. Deze laatste kerk bestaat nog. In de kerkeraadsverslagen is te lezen dat de diensten eerst alleen in het Nederlands werden gegeven, maar later ook voor een deel in het Duits. Uit genealogische literatuur blijkt namelijk dat er naast Nederlanders ook veel Duitsers op Ceylon woonden. Als land bestond Duitsland toen overigens nog niet. Het was gebruikelijk de herkomst met een streeknaam aan te duiden. Dat geldt ook voor Fredrik Bernard Giffenig. Op 30 maart 1760 trouwde hij in Colombo met Gertruida Henrietta Lobeek (*1743 Colombo). Volgens twee oude genealogische artikelen kwam hij uit Demmin in Pommeren. Die informatie komt vermoedelijk uit het trouwboek, maar dat heb ik niet kunnen verifiëren [Aanvulling 4-5-2014: het trouwboek vermeldt inderdaad Demmin als plaats van herkomst]. De naam van zijn vrouw lijkt weliswaar Nederlands, maar ook zij was van Duitse komaf. Haar vader kwam volgens de scheepssoldijboeken van de VOC uit Fürstenau in Nedersaksen, toen hij in 1735 als tweede meester (chirurgijn) naar Ceylon vertrok. Pas later vond ik ook Fredrik Bernard Giffenig terug in de scheepssoldijboeken van de VOC. Dat kon alleen door eerst de volledige database te downloaden. De uitgebreide zoekfunctie werkt namelijk vrijwel nooit. De reden dat ik hem eerder niet had gevonden, is dat zijn achternaam hier als ‘Gissenig’ wordt geschreven. Waarschijnlijk is er een fout gemaakt bij het overnemen van zijn gegevens. De ‘s’ leek in de achttiende eeuw veel op de ‘f’.

Gegevens van Fredrik Bernhard Gissenig uit Demind

Datum indiensttreding:

02-11-1754

Datum uit dienst:

26-09-1779

Functie bij indiensttreding:

Korporaal

Reden uit dienst:

Overleden

Uitgevaren met het schip:

Amelisweert

Waar uit dienst:

Azie

Maandbrief:

Nee

Schuldbrief:

Nee

Gegevens van de vaart

Schip:

Amelisweert

Vertrek:

02-11-1754

Kamer:

Amsterdam

Kaap:

16-02-1755

09-03-1755

Inventarisnummer:

6321

Folio:

210

Aankomst:

31-05-1755

Batavia

DAS- en reisnr.:

3631.1

Bron: Database VOC-opvarenden (Nationaal Archief)

Hij vertrok in 1754 en kwam in 1755 aan in Batavia. Hij was korporaal en kwam uit ‘Demind’. Ik ga ervan uit dat het om Demmin gaat, dat met allerlei spellingsvariaties in de database voorkomt. Zijn vertrek uit Demmin [2] was achteraf een verstandige keuze. Deze Hanzestad had namelijk in de jaren 1756-1763 veel te lijden van de oorlog tussen Pruisen en Zweden. Reizen met een VOC-schip was overigens ook zeer riskant. Het schip waarmee hij naar Batavia voer, verging in 1764 op reis naar Surat (India).

Als korporaal heeft hij waarschijnlijk eerst zijn tijd uitgediend. In 1759 wordt hij voor het eerst vermeld in de kerkeraadsverslagen van Colombo:

“An assistant named Mr. Giffenig, who was unable to bring out his attestatie owing to the present state of war in Holland, was also admitted to Holy Communion and accepted for registration on the membership roll, on the condition of his presenting himself for examination at the next session of the Consistory.” (12 januari 1759)

“Thereafter, the following appeared and requested to be admitted to the Lord’s Table on their declaration of Faith: which was granted; viz: Frederich Bernhard Gifnich (who was conditionally permitted to partake as a guest at the Lord’s Table in January) (…)” (22 juni 1759)

Hij is dan geen militair meer, maar assistent. Dat was iemand die de (opper)koopman hielp. De oorlogstoestand waarover wordt gesproken sloeg waarschijnlijk niet op de Republiek der Verenigde Nederlanden, maar op Demmin. Uit de VOC-administratie blijkt verder dat hij op 26 september 1779 is overleden. Als Alida Schouten haar brief schrijft, is hij dus al een maand dood! Het is bovendien nog geen drie weken na zijn vermelding in de tweede machtiging van Jan Carel Werkmeester. Dat maakt het zeer waarschijnlijk dat hij te Mannar is overleden.

7 Nakomelingen van Fredrik Bernard Giffenig

Uit de brief van Alida Schouten blijkt dat ze niet zoveel weet over het gezin van haar neef. Ze weet alleen dat hij getrouwd is en dat hij zonen heeft. Uit verschillende artikelen en websites blijkt dat hij met Gertruida Henrietta Lobeek vijf kinderen had:

1 Bernard Abraham Giffening, predikant, geboren 1763, overleden 10 augustus 1812 te Colombo, getrouwd (1) 5 september 1784 te Colombo (Dutch Wolvendaal Church) met Maria Sophia Francius (geb. 1765) en (2) 17 december 1809 te Colombo (Dutch Wolvendaal Church) (2) met Wilhelmina Petronella Potger, gedoopt 13 april 1783, overleden 9 maart 1812 te Colombo. Hij beheerste ook het Singalees. Zoon Johan Frederik (John Frederick) Giffening was later lid van de ‘Legislative Council’ van Ceylon.
2 Jo(h)an Gerrard Giffening, gedoopt 28 oktober 1764 te Colombo.
3 Jacomina Gerrardina Giffening, gedoopt 29 augustus 1766, getrouwd 10 december 1780 met Barent Justinus Toussaint, geboren 1758.
4 Francina Lydia Giffening, gedoopt op 12 januari 1772 te Colombo, overleden op 13 augustus 1810 te Tuticorin (India), getrouwd op 17 maart 1793 te Colombo met Francois Christiaan van Spall, onderkoopman bij de Verenigde Oost-Indische Compagnie.
5 Cornelia Jacoba Giffening, gedoopt op 12 oktober 1774 te Colombo, waarschijnlijk overleden 6 dec 1806 te Colombo.

Op 12 januari 1780, enkele maanden na het overlijden van Fredrik Bernard Giffenig, worden zijn weduwe Geertruida Henrietta Lobeck en haar dochter Jakomina Gerrardina Giffenig vermeld in het kerkeraadsverslag van de hervormde gemeente van Colombo. Het gaat om een attestatie. Waarschijnlijk waren ze toen net terug verhuisd vanuit Mannar.

Slechts van twee kinderen zijn nakomelingen bekend. Die komen voor in genealogieën van andere families op Ceylon, gepubliceerd op de website www.dutchburgherunion.org. Het is heel goed mogelijk dat er nog nakomelingen in leven zijn. Behalve in Sri Lanka zou dat ook in Maleisië of Australië kunnen zijn. Na de onafhankelijkheid van Sri Lanka hebben veel ‘Burghers’ zich in Australië gevestigd. De achternaam Giffening komt daar nu in ieder geval nog voor.

8 Familie in Minden?

Het is nu dus duidelijk dat de moeder van Alida Schouten uit Bremen kwam en haar neef Fredrik Bernard Giffenig uit Demmin in Pommeren. Hun grootvader was Otto Giffenig. Nadat Alida haar neef vraagt om een brief terug te sturen, schrijft ze: “van Minden nog van UWEdl suster verneeme niets meer soodat wij als vreemde leewen in een vreemd land”. Omdat Minden in één adem met de zuster van Fredrik Bernard wordt genoemd, vermoed ik dat Alida via haar moeder Gesina Giffeni(n)g familie in deze stad in Westfalen had (ruim 80 kilometer ten zuiden van Bremen). Mogelijk verwees ze naar een gemeenschappelijke oom (of naar zijn kinderen). [Aanvulling 4-5-2014: het zou ook nog om een (inmiddels overleden?) broer en zijn gezin kunnen gaan]

Via een oud forumbericht uit 1997 op ancestry.com, vond ik een familie Giffeni(n)g die vanaf 1746 in Minden woont. In dat jaar trouwen daar Johann Kasper Giffeni(n)g en Helena Jacobia Maertens, allebei afkomstig uit Bremen. Hij is kanselier van het Duitse Rijk en zijn achternaam komt ook voor als Giffenicht [Correctie 4-5-2014: hij was slechts kopist op de kanselarij, waarschijnlijk die van het graafschap Schaumburg-Lippe, waar Minden toe behoorde]. Tussen 1747 en 1765 laten ze in Minden elf kinderen dopen. Eén daarvan is luitenant Johann Benedictus Kasper Giffeni(n)g, geboren in 1751. Hij vestigt zich in Portugal [3], waar hij trouwt en tot zijn dood blijft wonen. Op internet zijn veel gegevens te vinden over zijn nakomelingen in Portugal en Brazilië.

Hoewel hiermee dus een verband wordt gelegd tussen Minden en Bremen, blijft de relatie tussen beide groepen Giffenigs onduidelijk.

Noten

1) In Bremen woonden meer Giffenigs. Hier volgen twee voorbeelden. Van 1668 tot 1674 studeerde Hermannus Giffenigh/Giffenius uit Bremen theologie aan verschillende Nederlandse universiteiten (Groningen, Franeker, Utrecht, Leiden). In het rampjaar 1672, als Groningen wordt belegerd door de bisschop van Münster, helpen veel studenten verplicht mee aan de verdediging van de stad. Maar Hermannus Giffenigh vraagt vrijstelling. Twee jaar later promoveerde hij in Franeker. Een andere Bremenaar, Willem Giffenig, maakt in 1725 en 1727 als konstabel twee reizen met de VOC. Op de tweede reis overlijdt in 1728 tussen de Kaap en Batavia. Het is niet duidelijk of beide mannen familie waren van Otto en Gesina Giffenig. [Aanvulling 4-5-2014: op basis van nieuwe gegevens is het inmiddels wel aannemelijk dat het hier om familie gaat.]

2) Ook in de ruime omgeving van Demmin kwam in het verleden de naam Giffenig voor (o.a. in Ribnitz, Neukalen, Rostock, Boizenburg en Schwerin). De gevonden gegevens zijn onvoldoende om te bepalen of het hier om een en dezelfde familie gaat.

3) Hij zou met de troepen van graaf Schaumburg-Lippe naar Portugal zijn vertrokken, maar websites spreken elkaar tegen over het jaar dat dat gebeurde (1766, 1776). Volgens de Duitse Wikipedia hielp Graf Wilhelm Friedrich Ernst zu Schaumburg-Lippe van 1762 tot 1764 Portugal met veel succes te verdedigen, waardoor het een onafhankelijk land kon blijven. Johann Benedictus Kasper Giffeni(n)g was toen nog veel te jong om als militair te dienen. Mogelijk is het alleen maar een veronderstelling, om te verklaren waarom hij vanuit Minden in Portugal terecht kwam. De hoofdstad van het graafschap Schaumburg-Lippe, Bückeburg, lag vlak bij Minden. Is er misschien na de terugkeer van de graaf uit Portugal een relatie met dat land blijven bestaan, bijvoorbeeld door militairen te leveren?

Bronnen

a) Websites

www.allegroningers.nl (Doop- en trouwboeken provincie Groningen)

www.archieven.nl (Index diverse bestanden stadsarchief Leeuwarden tot 1811, waaronder de informatieboeken)

www.aecg.evtheol.lmu.de (Webportal zur Außereuropäischen Christentumsgeschichte (Asien, Afrika, Lateinamerika))

www.archive.nrw.de (Archieven Nordrhein-Westfalen)

archive.org (List of inscriptions on tombstones and monuments in Ceylon, of historical or local interest, with an obituary of persons uncommemorated)

www.bataviawerf.nl (Vanwege beschrijving van de route naar Azië)

brievenalsbuit.inl.nl (Doorzoekbare verzameling met transcripties van brieven)

www.die-maus-bremen.de (Die Maus, Gesellschaft für Familienforschung e. V. Bremen)

www.dutchburgherunion.org (Diverse genealogieën van families op Ceylon)

www.familiasdeleiria.com (Nakomelingen Johann Caspar Giffenig uit Minden)

www.gemeentearchief.nl (Historisch Centrum Leeuwarden, o.a. stadsbegraafboeken)

www.historici.nl (The Dutch East India Company’s shipping between the Netherlands and Asia 1595-1795)

www.indonesiatraveling.com (Oude kaartjes van forten etc.)

www.kabristan.org.uk (O.a. overzicht namen in trouwboek Colombo)

lankapura.com (Plattegrond van fort Mannar)

www.online-ofb.de (Online Ortsfamilienbücher)

www.tresoar.nl (Doopboeken, trouwboeken, lidmatenboeken, quotisatiekohieren, kadasterkaarten provincie Friesland)

www.hetutrechtsarchief.nl (Notariële akten)

vocopvarenden.nationaalarchief.nl (Database VOC-opvarenden)

www.vocsite.nl (Voor algemene informatie over de VOC, o.a. op Ceylon)

www.nederlandsmilitairerfgoed.nl (Officiersboekjes, doorzoekbaar)

home.wanadoo.nl/mpaginae/GrieSecr/NmlSecr.htm (Lijst grietenijsecretarissen)

nl.wikipedia.org (O.a.: Ceyon als VOC-gebied, Mannar, Demmin, Van Iddekinge)

www.wolvendaal.org (Zeer informatieve site over de Nederlanders in Ceylon)

b) Boeken, artikelen, DVD’s

Centraal Bureau voor Genealogie (2007), Nederlandse alba studiosorum en promotorum (DVD)

Gedenkboek der Hoogeschool te Groningen, ter gelegenheid van haar vijfde halve eeuwfeest, op last van den Akademischen Senaat (1864) (op schoolmuseum.uba.uva.nl)

De Navorscher (1902), Genealogische en heraldische aanteekeningen aangaande
Hollandsche familien te Ceylon door Mr. F. H. de Vos (vervolg). Op http://www.dbnl.org.

De Nederlandsche Leeuw 1958 p. 478 (op DVD)

G. van der Veer (2001), Familie Van Haersma en Van Haersma de With.

Bijlage: transcriptie van de brief van de website Brieven als Buit

Mijn Heer Fredrik Bernard Giffenig
te Manner

Wel Eedel Heer en Neef

In lange teid van UwEdl niets hebbende vernomen eegter hoope
Dat UwEdl en Beminde en Zoons in Leewen mugt zijn en
Door des Heeren Zeegen nog een Goede welstand mugt genieten
niet weetende of UWEdl bewust is of mijn letteren zijn over
gekomen soo herhaalle tod mijner smerte dat het der Heere des
Leewens ende des Doods behaagt heeft mijn teeder en geliefde
man Rudolvus Winder in Leewen luitenant Collonel in dinst
Deeser lande, op den 26 meij 1778 Na een lang Uit terende
siekte Uit mijn liefde Armen weg te ruken en het teide
lieke met Het Eewige te verwiselen tod mijn bitere smerte
en mijn door die weg met mijn oude Moeder nuw Bijna 87 jaar
oud is, en al Een Jaar is Bedlegrig geweest in de Grootste
Rampen te sturten, en Hier allen met Haar op Een Buite
Goed siete in de vreemde, Dog Hoope op den Almagtige en
zwige in den Heere en vertrou op die Die Belooft heeft der
weduwen Man te zijn mijn Door sijn kragdadige Hulpe mijn
verder wil Bij staan en vertroosten, ent Noodige tod ziels
en lighaams Onderhoud wil schenken met mijn Oude moeder
mijn suster is nog int land der leewende met Haar man
en vaare wel doors Heren Zeegen maar wone wel 5 uren
van mijn af ok te lande
schons wij bij UwEdl vergeeten schine en UWEdl arme Tante
soo Binne Noit nog stil geweest om UWEdl vertuin te soeken
Was et moglijk te Helpen te bevurderen gelijk bleikt Uit Dees
Enlegende van Een Neef van mijn De wel Eedele Gestrenge Heer
RaadHeer H: Berghuis te Gronengen de welke een volle nigt
van mijn heeft aan mijn vaaders side welker Dogter getroud is
Aan de sekretares Iddikeng een soo van den wel Eedelle
Heer Borgemeester Iddikeng genoegsaam de vernaamsten in
Groningen, ok als ik Hoop soot de Heere Behaagt en UWEdl
nog in leewe mogt sijn, om nuw met mijn Geen teid te samen
UWEdl inde Gunst van die Heeren soo als neef UWEdl schreeft
te Recomanderen, en dan met de Eerte scheepe die er vaare een
Brief aande Heer Berghuis de raadsheer te Gronengen
te schriewen en UWEd En sijne en waardes Families Gunste
te Recomanderen en Een Goede opgaaf te doen van UWEdl
persoon en condiesie, ik twifel geensins of door die weg
sal UWEdl ende Uwe nog wel verder Kenege poeserd
wurden soot de Heere wil en wij leewe schoons UWEdl
onser niet gedenkt soo sal ik altoost tragten te
Besulisiteren wat tod UWEdl vortuin can streken
Eedog gaat het UWEdl wel, denk dan om ons ook eens die
in druk en commer siete met soon oude moeder die
gesond van Harten is en Als een kind moet gered wurden
en Na gedagten nog lang can maken, en ligt mijn
Nog ower leeft want door alle moiliekheeden wurde
ik afgemat en zwak
Nuw versoeke ik ook soot can een Brief van UWEdl
met Een opgaaf van de Naam van UWEdl vrou en kinderen
en UWEdl carakter en woonplaats, want de Briewe
in moeders Boedel soek geraakt zijn
van Minden nog van UWEdl suster verneeme niets
meer soodat wij als vreemde leewen in Een vreemd
land
soo UWEdl mijn schrief soo versoete te Aresseren als
ik hierbij melde dat is ons knegt geweest die gij
wel gekend hebt
hier meed sal einden na mijn en moeder in UWEdl en
Beminde en Zoons vrindschap te hebben gerecomandeert
en van onser Beider Agting verseekert te Hebben
soo Bliewe ik altoost
Mijn Heer en Veelgeagte Neef
UWEd Dinarese & Nigte
Alida Schouten Weduw Winder

Surhuisen in Vriesland
den 1 November
1779

Mijn Adres
Mevrouw
Mevrouw Alida Schouten Wedu Wilen
De Heer R Winder in Leewen Luitenant
Collenel in dins Deeser Lande
te
Surhuisen

Afte Gewen ten Huise
van Monsiu Jacop Romein Garentwinder
inde Corfmakerstraat te
Leuwarden

Bron: INL (www.inl.nl), 2013

Link naar afbeeldingen van de originele brief:
brievenalsbuit.inl.nl/zeebrieven/page/article?doc=883

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Weblog en getagged met . Maak dit favoriet permalink.