Het lot van patriot Philippus Meinsma (1796)

Bij toeval kwam ik in oude krantenberichten Philippus Meinsma tegen. Als patriot was hij al in 1787 actief in Friesland, met gevangenschap en verbanning tot gevolg. In 1796 komt hij na een coup van radicale patriotten opnieuw in de problemen. Dit artikel zet een aantal vondsten over hem op een rij. Van zijn meest sprekende krantenartikel is een transcriptie gemaakt.

Philippus Meinsma: chronologisch overzicht

1761
Hij werd gedoopt in de Waalse Kerk van Leeuwarden, op 22 februari 1761. Als ouders worden genoemd Abraham Minsma en Marie Snijders. Toen Abraham Meinsma en Maria Snider in 1759 trouwden in de hervormde kerk van Leeuwarden, kwamen ze allebei uit Leeuwarden. Abraham Meinsma werd toen een ‘Franse koopman’ genoemd. Volgens de lidmatenboeken ging Abraham Meinsma later over van de ‘Hollandse’ naar de Waalse Kerk.

1768
Volgens een tekening van een gevelsteen legde Philippus Meinsma op 7-jarige leeftijd de eerste steen van nieuwbouw op de Sierxma State te Deinum.
http://www.stinseninfriesland.nl/SierxmaStateDeinum.htm

24 januari 1787
Gaat in ondertrouw voor het gerecht van Leeuwarden met Meina Catharina Robee (afkomstig van Steenwijk). Hij komt zelf uit Leeuwarden en is solliciteur-militair. 

18 februari 1787
Bevestiging huwelijk in de Waalse kerk van Leeuwarden.

26 september 1787
Philippus Meinsma wordt genoemd in een missieve waarin wordt opgeroepen een hele groep mannen te arresteren die als patriotten geprobeerd hadden een coup te plegen in Friesland. Deze missieve is bewaard gebleven in het archief van het Nedergerecht Tietjerksteradeel.
http://sneuperdokkum.blogspot.nl/2009/12/website-nieuwland-nu-met-diefstal-en.html

30 september 1787
Volgens het boek “Vaderlandsche Historie” van Jan Wagenaar (1799) werd Philippus Meinsma op deze dag binnen gebracht op het Blokhuis. Ook wordt kort op het vonnis en de belastende feiten ingegaan.
http://books.google.nl/books?id=viM9AAAAYAAJ&pg=PA25&dq=philippus+meinsma&hl=nl&sa=X&ei=RGAlVL3cDcTuPNKXgKgP&ved=0CCcQ6AEwAQ#v=onepage&q=philippus%20meinsma&f=false

30 september 1789
Philippus Meinsma wordt – nadat hij al twee jaar gevangen heeft gezeten – veroordeeld tot drie jaar opsluiting in het Blokhuis op eigen kosten, tien jaar verbanning uit Friesland en betaling van de proceskosten. In het vonnis worden zijn daden als aanvoerder van een gewapende militie concreet beschreven.
http://books.google.nl/books?id=H74OAAAAYAAJ&pg=PA308&dq=philippus+meinsma&hl=nl&sa=X&ei=RGAlVL3cDcTuPNKXgKgP&ved=0CCAQ6AEwAA#v=onepage&q=philippus%20meinsma&f=false

1 maart 1796
Bericht in Ommelander Courant waaruit blijkt dat commies  Ph. Meinsma is gevlucht. [Dat is na de tweede radicale coup, beschreven in het boek ‘Een revolutie ontrafeld’ van Jaques Kuiper!].
http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010214868:mpeg21:a0004

12 maart 1796
Volgens een bericht in de Friesche Courant is Ph. Meinsma bij ‘het collegie’  vervangen door J. Boltjes.
http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010169962:mpeg21:a0001

4 juni 1796
Bericht in de Friese Courant waarin wordt gemeld dat de gevluchte en zich te Stroobos ophoudende Ph. Meinsma de Volkssociëteit om voorspraak heeft gevraagd. Hij wil graag naar Leeuwarden terugkeren – desnoods tijdelijk – vanwege de omstandigheden waarin zijn vrouw verkeert.
http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010169987:mpeg21:a0002

7 juni 1796
Pleidooi in Goudasche Courant om naar Leeuwarden terug te mogen keren. Bevat veel extra informatie! O.a. over zijn gevangenisstraf en verbanning vanaf 1787. Zie de transcriptie verderop.
http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010707030
http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010707030:mpeg21:p002

17 juni 1796
Geboorte zoon Abraham in Leeuwarden. Zie ook het bericht in de Ommelander Courant van 21 juni 1796.
http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010214919:mpeg21:a0014

1 juli 1796
De Ommelander Courant meldt dat Ph. Meinsma een van de uitgewekenen is die onder voorwaarden terug mag keren.
http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010214922:mpeg21:p002

8 juli 1796
Doop zoon Abraham in de hervormde kerk van Leeuwarden.

24 augustus 1796
Bericht over verkoop van het huis aan de Wirdumerdijk te Leeuwarden, bewoond door de oud-commies Meinsma (Leeuwarder Courant).

3 december 1796
Bericht in de Friesche Courant over zijn rehabilitatie.
http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010170039:mpeg21:a0007

12 december 1796
Stads- en dorpskroniek Wumkes: “Pastoor G. Heinberg in de Noteboom te Leeuwarden wordt door de volkssociëteit aldaar gedimitteerd. Zijn protest staat in de Leeuw. Courant van 21 Dec. 1796 en is vooral gericht tegen Philippus Meinsma, die daarop antwoordt in de courant van 24 Dec.”.
http://wumkes.tresoar.nl/zoek.php?jaar=&tekst=meinsma&submit=Voer+uit

17 december 1796
In de Leeuwarder courant wordt gemeld dat Philippus Meinsma is benoemd tot secretaris van de Volkssocieteit. Zijn naam staat zelfs onder dit bericht. Direct boven dat bericht staat dat pastoor G. Heinberg als lid is geroyeerd, omdat hij de sociëteit heeft belasterd in een artikel in de Friesche Courant van 10 december j.l.. Dat artikel was vooral gericht tegen Abraham Staal.
http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010577733:mpeg21:a0004

21 december 1796
De brief die pastoor G. Heinberg n.a.v. zijn royement aan de Volkssociëteit had gestuurd. Volgens hem komt het voorstel om hem te royeren van Philippus Meinsma, die hij zelf nog niet erkent als lid. Naar dit bericht wordt in het volgende bericht verwezen.
http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010577734:mpeg21:p004

24 december 1796
Brief van pastoor G. Heinberg in Leeuwarder Courant over zijn royement. De bode van de Volkssociëteit is tweemaal bij hem aan de deur geweest, maar Heinberg weigert zijn diploma in te leveren. In een korte reactie stelt Philippus Meinsma bewijs te hebben dat Heinberg onwaarheden over hem met zijn handtekening heeft bekrachtigd.
http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010577735:mpeg21:p007

4 januari 1797
Pastoor G. Heinberg verdedigt zich opnieuw tegen het royement als lid van de Volkssociëteit. Hij ontkent dat hij iets heeft getekend ten nadele van Philippus Meinsma.
http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010577738:mpeg21:p005

14 januari 1797
Philippus Meinsma meldt in de Friesche Courant het overlijden van zijn schoonvader, Pieter Frederik Robbé.
http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010170129:mpeg21:a0007

2 november 1797
De moeder van Philippus Meinsma, Maria Schmieders, maakt in de Friesche Courant bekend dat op 1 november in Deinum haar man Abraham Meinsma is overleden, ruim 76 jaar oud. Zij doet dat vanuit Leeuwarden. Dit bericht verschijnt ook in de Ommelander Courant en de Oprechte Haarlemse Courant.
http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010170258:mpeg21:a0011

1798
De “Bataafsch Comptoir Almanach of Tydwyzer voor het jaar 1798” noemt Philippus Meinsma als staflid (auditeur) van het Eerste Bataillon van de Georganiseerde Gewapende Burgermacht in Friesland te Leeuwarden en als lid van de Raad van Administratie en Discipline. Hij had de rang van majoor.
http://books.google.nl/books?id=VP9cAAAAcAAJ&pg=PA55&dq=philippus+meinsma&hl=nl&sa=X&ei=RGAlVL3cDcTuPNKXgKgP&ved=0CC0Q6AEwAg#v=onepage&q=philippus%20meinsma&f=false

3 maart 1799
Geboorte zoon Wilhelm.

17 maart 1799
Doop van zoon Wilhelm in Deinum, Menaldumadeel.

6 juli 1799
Bericht van het overlijden van zijn vrouw in de Leeuwarder courant.
http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010577997:mpeg21:a0018

28 februari 1800
Stads- en dorpskroniek Wumkes: “Verkoop van Sierdsma-state te Deinum, bewoond door Ph. Meinsma.”
http://wumkes.tresoar.nl/zoek.php?jaar=&tekst=meinsma&submit=Voer+uit

27 januari 1801
Overlijdensbericht zoontje Wilhelm in de Bataafsche Leeuwarder courant.
http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010171723:mpeg21:a0016

29 juni 1802
Maria Meinsma, geboren Schmieder, plaatst een bericht in de Bataafsche Leeuwarder Courant, dat haar oudste zoon Philippus Meinsma is overleden. [Zij overlijdt zelf op 24 december 1805 in Leeuwarden. Haar zoon Johannes Jacobus maakt dit bekend in de Bataafsche Leeuwarder Courant van 26-12-1805. Hij schrijft haar naam als ‘Maria Smieders’.]
http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010171958:mpeg21:a0010

3 juli 1802
Ook in de Oprechte Haarlemse Courant stond een overlijdensbericht.
http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010083384:mpeg21:a0019

24 oktober 1818
Stads- en dorpskroniek Wumkes: “Verkocht Siersma-State te Deinum met heerenhuizinge, zomerhuis, hovinge, boerenwoning en schuur, begerechtigd met een zwanejacht en vrije opvaart, in gebruik bij Meinsma als mede-eigenaar en Marien Annes van der Hogt als huurder.” [Een jaar eerder was Johannes Jacobus Meinsma, de jongere broer van Philippus Meinsma, in Leeuwarden overleden.]
http://wumkes.tresoar.nl/zoek.php?jaar=&tekst=meinsma&submit=Voer+uit

13 mei 1829
Zoon Abraham Meinsma is apotheker in Elburg en trouwt in Arnhem met Gotfrieda Carolina Maria Sandersleben. Zij overlijdt al in 1831 in Elburg, waar datzelfde jaar ook twee dochtertjes overlijden. Abraham hertrouwt in 1833 in Kampen met Ettina Lammeggina Dumesnil de l’Estrille. Hun dochter Meina Catherina Meinsma overlijdt in 1863 in Bloemendaal.
http://www.geldersarchief.nl/zoeken/?mivast=37&miadt=37&miaet=185&micode=0207&minr=38438153&miview=ldt

 

Transcriptie Goudasche Courant, 7 juni 1796 (p. 1 en 2)

Klik hier voor afbeeldingen van het oorspronkelijke artikel


BATAAFSCHE REPUBLICQ.

MEEDEBURGER en VRIEND!

Zie hier eene submisse Missive van eenen Philippus Meinsma, als Commis na de Omwenteling, tot op de vlucht van de ex Representanten. Gy zult my ten uitersten verplichten, wanneer gy hier van in uw geëerd Dagblad gebruik maakt, waar uit de Bataavsche Natie zal kunnen oordeelen, hoedanig de handelingen dier menschen geweest zyn, daar zy zich by een ieder als gansch onschuldig doen voorkomen.

Aan de Vaderlandsche BURGER – SOCIËTEIT ter handhavinge der Rechten van den Mensch en Burger, binnen LEEUWARDEN.

MEDE-BURGERS!

Van goederhand ben ik geïnformeerd, dat in Ulieder Byeenkomst onderscheidene maalen gehandelt is over de zaak der Representanten, die op den 22 Febr. jongstl. zyn uitgeweeken. Zeeker weet ik, dat de tegenwoordige Representanten op den 26 Mey beslooten hebben, een Publicatie aan ’t Friesche Volk te doen, waar in de goedkeuring van de Stemgerechtigde Burgers zal afgevraagt worden, over ‘t verleenen eener Amnestie(*) aan de Uitgeweekene Representanten, met uitzondering van eenige weinige. Over bekend is ‘t, dat Ulieder Vergadering, schoon slechts een gedeelte van ’t Volk uitmaakende, echter een notabel gedeelte van ’t zelve is en als ’t middenpunt mag beschouwt worden van deszelfs vereenigde werkzaamheden, ter handhaving van de Rechten van den Mensch. ’t Is deeze bedenking, Burgers! die my bewoogen heeft, deeze aan Ulieden aftevaardigen, daar ik, als gecomprehendeert in de Publicatie van den 33 Febr., den bodem van myn Vaderland niet durve betreeden, en echter om verscheide gewigtige redenen in dat voorrecht hoogst belang stel. Ik weet en begin met dit volmondig te erkennen, dat ik in dienst der Natie een Ministerieele Post bekleedde, en, aan dezelve in handen van haare Vertegenwoordigers trouw gezwooren hebbende, ik in die plaats gehad hebbende geschillen geen party behoorde gekoozen te hebben; dat het my nog veel minder voegde, myn Post op eene clandestiene wyze te verlaaten; maar ik weet teffens, en deeze betuiging durve ik gerust onder aanroeping van een Alweetend God bevestigen, dat dit het eenigste is dat ik my te wyten hebbe.

Neemt dit gezegde niet voor een verdeediging aan: ’t is my ten vollen bewust, dat ik door deeze daad het vertrouwen, dat de Representanten in my slelden, geschonden, ja wat meer is, de geheele Natie gehoond heb. Het leevendigste berouw gevoel ik over deeze onberaadene stap; en ik schaam my niet, ik reeken (wat anderen daar ook over mogen oordeelen) het voor geene laagheid, een Geschrift, dat deeze waarheid bevat, met myne naam te onderteekenen. Dit is alles wat my overig blyft in den noodlottigen toestand, waarin ik my zelven gedompelt heb. Een flaauwe straal van hoop doet my echter by wylen ruimer adem haalen, wanneer ik my voorstel met wat Volk ik te doen heb, dat nayverig van zyne Oppermacht en Rechten, maar tevens braaf en edelmoedig is; dat het veelligt zich niet dan door weldaaden zal willen wreeken, en vatbaar is voor die grootmoedige opoffering, waar van wy ’t verheeven voorschrift aan den Godsdienst verschuldigt zyn, en dat den Sterveling de zuiverste verrukkelykste genoegens opleeverd, die ons tot het leevendig eevenbeeld der Godheid vormt; die met een hemelfche goedheid de beleedigingen hem door ’t menschdom aangedaan, vergeeft en in weerwil van zyne ondankbaarheid met gunsten overlaad, als zynde dit de schoonste zegepraal die de reden over ’t onverstand kan behaalen.

Gun my toch, Burgers! uwe aandagt eenige oogenblikken te vestigen op de aaneenschakeling van rampen, die steeds myn levensloop met akelig zwart doorweven hebben:

Naauwlyks was de zwakke kindsheid ten einde geloopen en de ziedende drift der Jongelingschap aan ’t bedaaren, of ik moest reeds ten doel van vervolgingen staan, wanneer ik, door den toenmaaligen Regeering uwer Stad tot Bevelhebber der gewapende Burgermacht aangesteld, om ’t betragten van myn pligt in een lang wylig en kostbaar Proces ingewikkeld en tot een verveelende Uitlandigheid genoodzaakt wierd. Dien schok doorgestaan hebbende, volgden de Jaaren 86 en 87, welker gebeurtenissen te veel gerucht gemaakt hebben, dan dat ik die hier zoude behoeven aantehaalen: de gevolgen daar van waren voor my allergedugtst; eene Gevangenis, waarin ik twee Jaaren in de grievendste onzeekerheid moest verkeeren , en naderhand nog drie jaaren met groote kosten moest slyten, toen dit lyden met een tienjaarigen Ballingschap wierde afgewisselt, en nog zoude duuren, had de Omwenteling van 95 daar aan geen perk gesteld. Bezeft dus de aanspraak die ik heb op eenige genoegens, die my tot dus verre ontzegt waren.

Voor een der grootsten hier van reken ik het byzyn van een tederbeminde Echtgenoote, die in alle myne lotgevallen zoo getrouwelyk deelde, die alles aanwendde, om myn lot te verzachten, en die ik nimmer kan vergelden, de tedere zorg, die zy voor my droeg, even zeer als voor de beide Telgen, die my nog overig zyn gebleeven; thans bevindt zich die eeuwigbeminde wederhelft hoog zwanger, een omstandigheid altyd criticq, waar van men de gevolgen nimmer bereekenen kan, en in die gedachte oogenblikken vindt zy zich van myne tegenwoordigheid beroofd, en verstooken! dat elk uwer, Burgeren! die Echtgenoot en Vader is, by zich zelven naarga, welk een ondragelyke smart dit is; en bedrieg ik my niet, dan zullen het de zoodanigen daar in volmaakt met my eens zyn, dat byzondere gevallen, die dringen, wel verandering kunnen maken in eenen algemeenen regel die men zich anders had voorgesteld.

Zedert myne vlugt (en dit verbeeld ik my, dat by de Vierschaar der Natie niet weinig ten mynen voordeele zal pleiten) heb ik my nimmer ingelaaten, in eene onderhandeling, welke eenigzins konde strekken, ten nadeele der hoogstgeconstitueerde Macht in myn Vaderland, ik heb nimmer de hand in eenige stukken gehad, ’t zy aan de Nationaale Vergadering, of aan ’t Volk gericht, nimmer gedeelt in der Uitgeweekenen periodique Geschriften, die men ter defensie van de zaak der Uitgeweekenen verspreid heeft, ja zelfs zoo veel mogelyk my van hun verwyderd, ’t welk dan ook veroorzaakt heeft, dat veelen van hun my niet zeer geneegen zyn, en my niet hebben willen doen deelen in dezelfde onderstanden, die zylieden, indien ik wel onderricht ben, aan anderen hunner Gunstelingen verleenen.

Ziet daar, Burgers! U onder ’t oog gebragt de toedracht myner zaaken; uwen invloed by de Re[p]resentanten is algemeen bekend; beezigd dan dezelve ten voordeele van uwen Stadgenoot, die gedwaalt heeft, altyd voor een waar Vaderlander te boek stond, en nog lyf en leven voor zyn Geboorteland veil heeft. Mochten de hier ter nedergestelde betuigingen de gewenschte uitwerking hebben; mochten dezelve Ulieden in menschlievendheid doen ontbranden, en uwe pogingen het daar heenen te dirigeeren, dat, indien er nog eenigen tyd mochte verloopen, eer de Natie over de bewuste vergetelheidd zal beslist hebben, het my mochte vergund worden, om provisioneel voor zoodanigen tyd, als de Representanten het zullen goedvinden, naar Costy te retourneeren, onder plechtige belofte, wanneer de Natie ten nadeele voteerd, weder binnen den geprefigeerden tyd te vertrekken.

Het is in de hoop van in dit aanzoek te zullen slaagen, dat ik my noeme,

Uw Meede-Burger

P. MEINSMA

(*) Hier van is de Schryver mis geinformeert; het moet zyn tot het in vergetelheid stellen van de onderscheidene grieven, welke door de daaden der Representanten het Volk zyn aangedaan, om dus aan ’t verlangen der Nat. Vergadering te voldoen, voor zoo verre met de goede orde en rust deezer Provincie volstaan kan.


 

Voor achtgrondinformatie over de genoemde personen en gebeurtenissen, verwijs ik naar het boek “Een revolutie ontrafeld. Politiek in Friesland 1795-1798.” door Jacques Kuiper (2002).

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Weblog. Bookmark de permalink .